|

|
Land
van herkomst:
Frankrijk
Gebruikersdoel: Bewaken en drijven van de kudde Rasbeschrijving
De Beauceron is een
grote, krachtige, robuuste en gespierde hond.
Hoofd: lang- ca. t
wee-vijfde deel van de schofthoogte, platte of licht gewelfde schedel,
zwakke voorhoofdsgroef, duidelijke achterhoofdsknobbel, gering stop,
lichte convexe neusrug, droge lippen. Zwarte neusspiegel.
Ogen: rond, donker,
met een rustige, vrijmoedige uitdrukking.
Oren: hoog
geplaatst, de lengte van het oor is gelijk aan de helft van de lengte
van het hoofd. In het land van oorsprong gecoupeerd.
Gebit: schaargebit.
Hals: gespierd,
middelmatige lang.
Lichaam:
rechthoekig, diepe en brede borstkas, lange achterste ribben. Rechte
rug, duideljke afgetekende schoft. Brede lendenpartij, licht gewelfde
croupe.
Ledematen: goed
naar achteren geplaatste schouders, goed gehoekte onderarm, krachtige
botten. Iets ondergestelde dijbenen met geopende hoeken achter, relatief
hoge sprongen. Voor- en achterbenen evenwijdig.
|
|

 |
Karakter
van de beauceron
Volgens
de rasstandaard moet hij rustig en moedig zijn; alle honden, die zonder
reden agressief, angstig of overdreven schuw zijn, moeten op
tentoonstellingen gediskwalificeerd worden. Ook buiten de showring is
een Beauceron die zich zo gedraagt, een gevaar voor zijn omgeving. Maar
op een tentoonstelling heeft men een goede gelegenheid om de toekomstige
moeder, en als men geluk heeft ook de vader, van zijn hond te bekijken,
want tentoonstellingen vormen een bron van stress voor de honden. Toch
moet men ook een bezoek bij de fokker thuis in overweging nemen. De
honden gedragen zich daar vaak heel anders. De Beauceron is niet meer of
minder agressief dan de Rottweiler, want beide rassen, als ze met
verstand gefokt worden en goed gesocialiseerd, zijn niet gevaarlijker
dan andere grote honden. Zij hebben normaal gesproken een hoge
prikkeldrempel en zijn niet zo snel uit hun evenwicht te brengen. Het
spreekt vanzelf dat er altijd weer bekende uitzonderingen zijn, maar het
behoort niet tot de rasstandaard of het wezen van de hond.
Opvoedingsfouten zijn hier net zo schuldig als foute socialisering door
de fokker. Door de verschillende fokdoelen zijn er ook in het karakter
grote verschillen. Sommige Beaucerons zijn tegenover vreemden meer
terughoudend dan andere. Het is precies zo met de bereidheid tot
verdediging van het gezin, het huis en het erf, die bij de ene hond meer
uitgesproken is dan bij de andere. In de hierna volgende voorbeelden kan
ik alleen vertellen over de ervaringen die ik met mijn eigen honden heb
opgedaan. Maar een goede fokker zal graag bereid zijn, het karakter van
zijn hond(en) uit te leggen.

Korte geschiedenis
Berger
de beauce, Bas rouge zijn de namen die aan het
eind van de 18 de eeuw werden gebruikt om de oude herdershonden van de
vlakte, die allen van hetzelfde type waren, namelijk kortharig aan de
kop en met lange ruwe haren op het lichaam en met gecoupeerde oren, aan
te duiden. Deze honden hadden op de 4 poten en op het lichaam brand
aftekeningen, waardoor de hond zijn bijnaam " roodsok " kreeg. Normaal
was de kleur van de vacht was zwart met brand, maar ook grijs , volledig
zwart en geheel hele rode ( tankleurige ) honden kwamen voor. De honden
werden geselecteerd en gefokt wegens hun vermogen op de kudde op de
drijven en te bewaken. |